Minderjarig

In de WGBO is vastgelegd dat jongeren vanaf 16 jaar zelfstandig beslissen en een zelfstandig recht op informatie hebben.

 

De hoofdregel voor een verrichting bij een minderjarige tussen de 12 en 16 jaar is dubbele toestemming: zowel de ouders als de minderjarige moeten toestemming geven voor het uitvoeren van de verrichting. Voor rechtsgeldige toestemming moet de arts aan de ouders en minderjarigen alle informatie verstrekken die nodig is om goed geïnformeerd tot toestemming te kunnen komen.

 

In afwijking van de hoofdregel mag de arts een verrichting uitvoeren zonder toestemming van de ouders als:

  1. de verrichting kennelijk nodig is om ernstig nadeel voor de minderjarige te voorkomen
  2. de minderjarige ook na weigering van toestemming door de ouders de verrichting weloverwogen blijft wensen.

 

Gezien het ingrijpende karakter van het ondergaan van een abortus, zowel op medisch als op sociaal gebied, is het belangrijk dat het meisje steun en begeleiding krijgt bij de beslissing om wel of geen abortus te ondergaan. De ouders zijn hiervoor als wettelijk vertegenwoordigers de eerst aangewezenen. De gezinssituatie laat een gezamenlijk besluit echter niet altijd toe. In zo’n geval kan de arts met het meisje bespreken of de ouders geïnformeerd kunnen worden over het voornemen om een abortus te ondergaan. Ook bij weigering van de toestemming door de ouders kan de abortus plaatsvinden als het meisje de verrichting weloverwogen blijft wensen.

 

Zonder medeweten

Er zijn situaties denkbaar, waarin het voor het meisje onwenselijk of zelfs schadelijk is om de abortuswens met haar ouders te bespreken. Bijvoorbeeld als er sociaal-emotionele gevolgen of zelfs eerwraak voor het meisje dreigen. Als het meisje ernstige nadelige gevolgen verwacht van een gesprek met haar ouders over zwangerschap en abortus kan de arts, in het belang van het meisje op grond van goed hulpverlenerschap, besluiten om de abortus uit te voeren zonder medeweten van de ouders en daarmee zonder hun toestemming.

 

De minderjarige moet dan wel tot een vrijwillig en weloverwogen oordeel zijn gekomen. In de abortuswetgeving is dit ook zo geregeld: er geldt een verplichte bedenktijd van vijf dagen tussen het eerste gesprek met de (huis)arts en de dag van de abortus. Bij een verwijzing van de huisarts begint deze termijn te lopen. Als de patiënt 16 dagen of minder over tijd is geldt de verplichte bedenktijd overigens niet.

 

De arts moet begeleiding en nazorg waarborgen, zoals goede informatievoorziening over voorbehoedsmiddelen. Ook is het van belang om alles uitgebreid te documenteren in het medisch dossier. Als de abortus buiten medeweten van de ouders plaatsvindt hebben zij ook geen recht op inzage in dit deel van het medisch dossier.

 

Rekening

Tot slot moet worden voorkomen dat de ouders achteraf de rekening voor de abortus krijgen. Dit is mogelijk door de abortus niet in het ziekenhuis, maar in een abortuskliniek te laten verrichten. Abortus in een ziekenhuis valt namelijk onder de ziektekostenverzekering (eigen risico), terwijl een abortus in een abortuskliniek vanuit de Kaderwet VWS-subsidies wordt gefinancierd.

 

Bron: KNMG, Medisch Contact 26.06.2014