Geschiedenis in een notendop

Abortus is in Nederland bij wet geregeld en de zorg professioneel georganiseerd. Daar gingen in de jaren zestig van de vorige eeuw roerige tijden en politieke en maatschappelijke spanningen aan vooraf. De abortuskliniek Beahuis & Bloemenhovekliniek in Heemstede heeft een belangrijke rol gespeeld in de legalisering en acceptatie van abortus in Nederland.

 

Tot in de jaren zestig gold abortus als een 'misdrijf tegen de zedelijkheid'. Gynaecologen voerden slechts een zwangerschapsafbreking uit op medische indicatie. Ongewenst zwangere vrouwen die een abortus wilden, waren aangewezen op het clandestiene circuit, met alle medische en juridische risico's van dien.

 

In 1971 ontstonden de eerste plannen voor de oprichting van een gespecialiseerde abortuskliniek in Beverwijk. Op 7 juli 1971 ging de abortuskliniek 'Beahuis' van start, met twee speciaal opgeleide huisartsen en een klein team van verpleegkundigen en medewerkers.

 

Het Beahuis voorzag direct in een grote behoefte. Na drie patiënten op de eerste dag, waren de tweede dag alle vijf bedden bezet. Al op dag drie verschenen de eerste buitenlandse patiënten. Er kwamen zalen bij en al gauw werden er dagelijks twaalf vrouwen behandeld, zes dagen per week. Eind 1971 waren er in Beverwijk 1.170 abortussen uitgevoerd. Tegenwoordig vinden in Beahuis & Bloemenhovekliniek jaarlijks 3.000 abortusbehandelingen plaats.

 

In 1973 werd het huidige pand van Beahuis & Bloemenhovekliniek in Heemstede aangekocht. Enerzijds vanwege de grote toestroom van patiënten, anderzijds omdat de kliniek ook zwangerschapsafbrekingen tussen de 12e en 18e week ging uitvoeren. Voor deze ‘tweedetrimesterbehandeling’ werd de 'Bloemenhovekliniek' opgericht, dat samen met Beahuis het pand betrok. Voor deze scheiding was ook gekozen om te voorkomen dat justitie mogelijk de hele kliniek zou willen sluiten, bij de verwachte kritiek op de behandeling in het tweede trimester van de zwangerschap.

 

Abortusklinieken hebben altijd voor- en tegenstanders gekend. Verontwaardigde burgers, kerken en politici keerden zich begin jaren zeventig fel tegen abortus. Minister van Justitie Van Agt riep in 1975 op tot een 'ethisch reveil' en was fel tegenstander van de legalisering van abortus. Daartegenover gingen voorstanders de straat op, zoals de Dolle Mina's met de slogan: 'Baas in eigen buik'. Ook wist de Vrouwenbeweging met een bezetting in 1976 een dreigende sluiting van de abortuskliniek ‘Bloemenhovekliniek’ door minister Van Agt te voorkomen. Het is mede aan de strijd van de Vrouwenbeweging te danken dat abortus een aanvaarde plaats in de samenleving heeft gekregen.

 

Voor uitgebreide informatie over Beahuis & Bloemenhovekliniek klikt u hier of kijkt u onder Links.